PersberichtRapport

Vrouwen die zaden voor bedrijven in India telen worden onderbetaald

By 12 december 2012 maart 19th, 2019 No Comments

Nieuw rapport: “Wages of Inequality”

Persbericht Fair Labor Association / LIW

Utrecht, 12 december 2012

Andere belangrijke conclusies uit het rapport:
* Lonen landarbeiders gestegen, maar nog steeds onder het minimumloon
* Multinationals zorgen niet voor een beter loon dan Indiase bedrijven
* Dalits maken vaak langere werkdagen: ‘onbeperkt beschikbaar’
* Kinderarbeid drukt lonen van volwassenen

 

Vandaag publiceren de Fair Labor Association en de Landelijke India Werkgroep het rapport “Wages of Inequality – Wage Discrimination and Underpayment in Hybrid Seed Production in India”.
Het rapport is gebaseerd op een veldonderzoek van Dr. Davuluri Venkateswarlu en Mr. Jacob Kalle naar de lonen van arbeiders – vrouwen, mannen en kinderen – in de teelt van katoen- en groentezaden in vier Indiase deelstaten. Zij werken bij boeren die zaden verbouwen voor zowel Indiase als multinationale bedrijven. Bij de laatste gaat het onder meer om Monsanto, Syngenta, Dupont, US Agri, East-West Seeds, Bayer (en haar Nederlandse dochter Nunhems) en Bejo Sheetal, waarin het Nederlandse Bejo Zaden een minderheidsbelang heeft. Deze bedrijven zijn ook actief op de Nederlandse markt, hoewel niet met zaden die in India zijn geteeld.

Lonen landarbeiders gestegen maar nog steeds onder het minimumloon
De lonen voor landarbeiders in India zijn de afgelopen jaren relatief sterk gestegen, veel meer dan de inflatie. Onderzoeken daarvan zijn volgens het rapport name: het nationale werkgelegenheidsprogramma dat per gezin 100 dagen werk garandeert, de toenemende vraag naar arbeid door de economische groei, de sterk gestegen inflatie en de betere prijzen die boeren nu voor hun zaden krijgen. Maar het is nog steeds geen vetpot voor landarbeiders: alleen mannen verdienen nu vaak minstens het officiële minimumloon. Het minimumloon verschilt per deelstaat (en soms per regio en activiteit) en ligt tussen de 100 (€1,40) en 250 roepies (€3,50).

Vrouwen gediscrimineerd en onderbetaald
Het rapport laat zien dat vrouwen nog steeds aanzienlijk minder verdienen dan het officiële minimumloon omdat ze gemiddeld minder betaald worden dan mannen, ook voor precies dezelfde taken. Het gemiddelde dagelijks loon van vrouwen voor taken als zaaien, wieden en oogsten, taken die vooral zij verrichten, is – afhankelijk van het gebied – 5 tot 48% lager dan het officiële minimumloon. Het loon varieert tussen de 85 (€1,20) en 150 Indiase roepies (€2,10) per dag. Mannen verdienen meestal wel minstens het minimumloon. Zij doen vooral het beter betaalde werk als pesticiden sproeien, ploegen en toedienen van kunstmest.

Multinationals zorgen niet voor beter loon
Van de onderzochte boerderijen werkt 37,5% voor een multinationale onderneming. Gebleken is dat er gemiddeld niet of nauwelijks verschil is tussen de lonen die worden betaald door boeren die voor Indiase bedrijven werken en boeren die voor een multinational werken. Verschillen tussen multinationals wat betreft de lonen die hun ‘leveranciers’ – de boeren – aan hun arbeiders betalen zijn niet bekend, maar zijn volgens de onderzoeker niet groot.

Dalits vaak ‘onbeperkt ter beschikking’ van boeren
De meeste arbeiders op de zaadboerderijen zijn Dalits (‘kastelozen’), andere lage kasten en Adivasi (tribalen). Er zijn geen verschillen in lonen tussen deze groepen en andere arbeiders uit hogere kasten. Wel is er volgens de onderzoekers sprake van ‘verschil in behandeling’ – waaronder het uitschelden van Dalits. Verder zijn de arbeiders die niet als los arbeider maar het hele jaar bij een boer werken bijna allemaal Dalits. Zij staan ‘onbeperkt ter beschikking’ van de boer en werken meestal zo’n 12 uur per dag. Hun ‘overwerk’ wordt niet betaald.

Omvangrijke kinderarbeid drukt de lonen van volwassenen
Van de 486 tijdens het onderzoek geïnterviewde arbeiders waren er 44 kinderen (bijna 10%) onder de 14 jaar, terwijl 92 arbeiders (bijna 20%) jonger dan 18 jaar waren. Kinderen worden net als vrouwen vooral ingezet voor handmatige kruisbestuiving van de planten. Als ze ervaren zijn krijgen ze ongeveer hetzelfde betaald als vrouwen; ze verdienen 10-20% minder als ze onervaren zijn.

Kinderarbeid is nog steeds een zeer groot probleem bij de productie van hybride zaden. In 2010 waren dat er nog meer dan een half miljoen in de teelt van katoen- en groentezaad. De LIW publiceerde daarover de afgelopen jaren diverse rapporten van Dr. Davuluri Venkateswarlu.

In de onderzochte gebieden Nandyala en Ranibennur zijn lokale kinderrechtenorganisaties, in het bijzonder de MV Foundation, erg actief. Dit zijn ook de gebieden waar Bayer, Nunhems, Syngenta en Monsanto zich inzetten om kinderarbeid bij hun leveranciers – de zaadboeren – tegen te gaan. De sterke vermindering van kinderarbeid in deze gebieden is het gecombineerde resultaat van de acties van bedrijven, kinderrechtenorganisaties en de lokale regering.

Wat de resultaten betreft van de bestrijding van kinderarbeid in de productieketen zijn er wél grote verschillen tussen bedrijven, zoals in 2010 bleek uit de rapporten “Seeds of Child Labour – Signs of Hope” en “Growing up in the Danger Fields”.

Eerder onderzoek heeft ook aangetoond dat de lonen substantieel hoger liggen in gebieden waar weinig kinderarbeid is. Juist omdat er weinig kinderarbeid is, kunnen de arbeiders hogere lonen bedingen. Zie voor meer informatie het rapport “No Child Labour – Better Wages”.