PersberichtRapport

Kledingbedrijven geven geen inzicht in aanpak gedwongen arbeid in India

By 4 april 2014 maart 14th, 2019 No Comments

Persbericht FNV Mondiaal / LIW

28 maart 2014

De meeste Nederlandse en internationale bedrijven die kleding uit de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu importeren, weigeren inzicht te geven in wat zij doen om ‘gebonden arbeid’ bij hun leveranciers te bestrijden. Naar schatting ruim 100.000 jonge kinderen en tienermeisjes zijn het slachtoffer van ‘gebonden arbeid’ ofwel ‘moderne slavernij’. Deze meisjes – meestal ‘kasteloos’ (Dalit) – wonen in hostels, hebben nauwelijks bewegingsvrijheid, worden onderbetaald voor lange werkdagen en werken onder ongezonde arbeidsomstandigheden.

Dat blijkt uit het paper Small Steps, Big Challenges – Update on (tackling) exploitation of girls and young women in the garment supply chain of South India dat FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep vandaag publiceren. Het rapport bespreekt de huidige situatie in Tamil Nadu, de beperkte verbeteringen na eerdere rapporten en acties alsook de reacties van 21 Nederlandse en internationale kledingmerken op de vraag wat zij doen tegen de misstanden. Ook wordt ingegaan op activiteiten van diverse gezamenlijke initiatieven van bedrijven en andere organisaties.

Nauwelijks ketentransparantie
Van de 21 benaderde kledingbedrijven hebben er 8 gereageerd, waaronder Nederlandse bedrijven als HEMA, O’Neill Europe, PVH/Tommy Hilfiger Europe, Van den Broek en Zeeman. Daarentegen reageerden onder meer IKEA NL, Gaastra, Sorbo Fashion, Teidem en No-Excess niet op het verzoek om informatie. Zes bedrijven erkennen dat er schending van arbeidsrechten in Tamil Nadu plaatsvindt, maar alleen PVH/Tommy Hilfiger en Migros geven toe gebonden arbeid – in de vorm van het Sumangali Scheme (zie hieronder) – in hun productieketen heeft bestaan. De HEMA zegt hierover geen informatie te kunnen delen. Overigens publiceert geen van de aangeschreven bedrijven hun lijst van leveranciers, zoals bijvoorbeeld Nike, Patagonia en H&M doen. Ook heeft geen enkele van deze bedrijven de betrokken lokale organisaties in India geraadpleegd.
Een grote belemmering bij het in kaart brengen van Sumangali of verwante schendingen van arbeidsrechten is dat de meeste bedrijven niet verder controleren dan de eerste leverancier. De meeste schendingen vinden echter verderop in de productieketen plaats, met name in de spinnerijen. Alleen Tommy Hilfiger en O’Neill zeggen ook verder in de keten te controleren.

Misstanden in spinnerijen en kledingfabrieken
Indiase kranten berichten regelmatig over misstanden in Indiase spinnerijen en kledingfabrieken:

“Op 13 oktober 2013 werden 47 jonge arbeiders, in meerderheid vrouwen en jonge meisjes, door lokale autoriteiten en organisaties gered uit de P.V. Spinning Mill in het Erode district in Tamil Nadu. Dit gebeurde nadat 2 meisjes ontsnapten en de lokale overheid liet weten dat de arbeiders in de spinnerij als slaven 12 uur per dag moesten werken en slecht voedsel kregen. Lokale organisaties lieten weten dat gedwongen overwerk, het onthouden van behoorlijk voedsel en slechte behandeling door de leiding van de spinnerij daar gebruikelijk was.” (o.a. Times of India en Hindu).

De gebonden arbeid vindt vooral plaats via het zogenoemde Sumangali Scheme, waarbij jonge ongetrouwde vrouwen in textielfabrieken gaan werken om voor hun bruidsschat te sparen. Dit houdt praktisch in dat zij een flink deel van hun (lage) loon pas krijgen uitbetaald als ze een contract van 3 tot 5 jaar uitdienen. Onder druk van kritiek worden nu nieuwe manieren bedacht om de meisjes ‘vast te houden’, zoals het tot het eind van de contractperiode inhouden van de verplichte sociale zekerheidspremie van werkgevers en werknemers die eigenlijk naar een overheidsinstantie moet.

Zwaar werk voor beschimpte Dalit-meisjes
De organisatie READ in Tamil Nadu bestrijdt het Sumangali Scheme met speciale aandacht voor meisjes uit de Arunthatiya sub-kaste, de ‘Dalits onder de Dalits’. Zestig procent van de meisjes in het Sumangali Scheme zijn Dalits ofwel ‘kastelozen’, veelal Arunthatiyar. READ constateert dat Dalit-meisjes ook in de spinnerijen en kledingfabrieken worden gediscrimineerd. Zij krijgen aparte slaapzalen toegewezen en worden beschimpt worden als ze ergens over klagen. Ook moeten ze meer nachtdienst doen. Terwijl meisjes van hogere kastes bijvoorbeeld tellen en controleren, doen zij het zware werk zoals het schoonmaken van de spoelen en het opruimen van afval.

Beperkte verbeteringen
Als gevolg van eerdere publicaties en campagnes – zowel in India als internationaal – zijn bijin enkele van de eerder onderzochte grote leveranciers verbeteringen in gang gezet. Het betreft Eastman Exports Global Clothing, K.P.R. Mill en SSM India. Maatschappelijke organisaties hebben daar toegang gekregen om productie-eenheden te inspecteren en de werknemers en management te informeren over arbeidsrechten. Bij K.P.R. Mill worden de lonen nu op bankrekeningen van werknemers gezet, kregen werknemers een identiteitskaart, mogen de ouders wekelijks op bezoek komen en hun kinderen af en toe naar huis.

De afgelopen jaren zijn ook enkele initiatieven ondernomen van bedrijven en andere betrokkenen om Sumangali uit te bannen. De Tamil Nadu Multi-Stakeholder Group (TNMS) van het Ethical Trading Initiative is daarvan de meest toegespitste. Het programma begon in 2011/12 en heeft een aantal werkgebieden: ethische werving (waaronder het inkorten van de leertijd van 3 jaar tot 6 maanden), gezondheidsprogramma’s en het informeren en steunen van werknemers om hun rechten op te eisen. De meeste activiteiten moeten echter nog van start gaan. Lokale maatschappelijke organisaties zijn van mening dat zij onvoldoende worden betrokken bij de ontwikkeling van het programma. Het Business Social Compliance Initiative – een MVO bedrijveninitiatief met 1200 leden waarvan diverse besproken kledingbedrijven lid zijn – moedigt haar leden die uit Zuid-India importeren aan zich bij de TNMS Group aan te sluiten. BSCI heeft onlangs haar positie ten opzichte van het Sumangali Scheme opnieuw bepaald. Werd het eerst nog vooral een ‘culturele praktijk’ genoemd, nu zegt BSCI dat het ‘Sumangali onder geen enkel voorwendsel onderschrijft’.

Aanbevelingen
FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep doen een aantal aanbevelingen aan bedrijven om Sumangali en soortgelijke misstanden te bestrijden:

  • De ‘inspectie-aanpak’ moet worden verbeterd om gebonden arbeid, discriminatie en ook seksuele intimidatie te ontdekken en daar wat aan te doen. Gesprekken met arbeiders en hun organisaties buiten de werkplek, training van werknemers en management en een geloofwaardig ‘klachtenloket’ zijn daarvoor noodzakelijk.
  • Bedrijven moeten hun leveranciers, ook verderop in de keten, openbaar maken. Dat geldt ook voor bevindingen van inspecties, verbeterplannen en bereikte resultaten.
  • MVO initiatieven van bedrijven en andere betrokkenen – zoals BSCI, FairWear, Fair Labor Association en het Ethical Trading Initiative – moeten het voortouw nemen bij het bevorderen van ketentransparantie in de kledingsector.
  • Cruciaal bij het verbeteren van de situatie is het betrekken van lokale maatschappelijke organisaties bij zowel de controle op arbeidsomstandigheden als de verbeterplannen.