Publicaties

Download de meest recente publicaties van Arisa hieronder of ga naar het archief.

november 2018

Remedies for Indian seed workers in sight?

juni 2018

Case closed, problems persist

augustus 2017

The dark sites of granite

maart 2017

Do leather works matter?

Archief

2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2007   2006   2005   2004   2003   2002   2000   eerder

2016

december 2016
Fabric of Slavery
Een nieuw onderzoek door de Landelijke India Werkgroep (LIW) toont aan dat verschillende vormen van moderne slavernij, waaronder ook kinderslavernij, voorkomen in meer dan 90% van de spinnerijen in Zuid-India. Zuid-Indiase spinnerijen leveren garen voor Indiase, Bengalese en Chinese kledingfabrieken die produceren voor de Westerse markt.
Het rapport Fabric of Slavery onthult de schaal waarop jonge meisjes en vrouwen onderworpen zijn aan werkgevers die hun loon inhouden of hen opsluiten in door het bedrijf gecontroleerde hostels. Ze maken lange werkdagen, zijn slachtoffer van seksuele intimidatie en verdienen zelfs niet het minimumloon.
december 2016
Geen Ongewenste Intimiteiten – De strijd tegen seksueel geweld op het werk wereldwijd
De strijd tussen de seksen is van alle tijden, en bij sommige soorten gaat het er hard aan toe. Neem de bijna-verdrinkingsdood van de vrouwtjeseend die wordt beklommen door een bronstige woerd, of de vrouwtjesspin die na de paring het mannetje opeet. Wij mensen doen het anders. Denken we. De gelijkwaardigheid van man en vrouw mag hier en daar nog te wensen overlaten, maar seksueel geweld is in geen enkele cultuur normaal. Toch?
De werkelijkheid is weerbarstiger. In de kledingfabrieken in de Zuid-Indiase stad Bangalore bijvoorbeeld, waar aanranding en verkrachting aan de orde van de dag zijn.
De brochure Ongewenste Intimiteiten van Landelijke India Werkgroep en Mondiaal FNV over seksuele agressie op de werkvloer is gepubliceerd n.a.v. een bijeenkomst van – vooral vrouwelijke – internationale deskundigen uit Bangladesh, India, Argentinië, Tanzania, Myanmar, Indonesië en Nederland.
september 2016
Uitgekleed-Aangekleed
De arbeidsomstandigheden in fabrieken in India waar Nederlandse kledingmerken worden gemaakt zijn ronduit slecht. Geen enkele kledingarbeider verdient een leefbaar loon. Ruim een derde van de werknemers krijgt niet eens het minimumloon. Verplicht overwerk wordt vaak niet uitbetaald, intimidatie is aan de orde van de dag en vrouwen verdienen minder dan mannen. Ook doen sommige fabrieken niks aan sociale verzekeringen en ziektekosten.
augustus 2016
Certified Unilever Tea – A Cup Half Empty
Het rapport Certified Unilever Tea – A Cup Half Empty, gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep, laat zien dat de arbeids­omstandig­heden op twee door Rainforest Alliance (RA) gecertificeerde Indiase theeplantages die thee aan Unilever leveren wel zijn verbeterd, maar nog steeds ‘onder de maat’ blijven. Dat geldt met name voor tijdelijke arbeids­krachten. Lonen – tussen € 3 en iets meer dan € 4 – zijn veel minder dan een leefbaar loon van ongeveer € 7,50. Het aandeel van tijdelijke krachten binnen het personeels­bestand is sterk toegenomen. De meeste van hen zijn migranten of gepensio­neerde vaste werknemers. Ze genieten niet dezelfde sociale voordelen – waaronder een spaarfonds en crèche faciliteiten – als vaste krachten.
januari 2016
Unfree And Unfair
Het artikel Unfree and Unfair (“Onvrij en Onrechtvaardig”) toont de slechte levensomstandigheden en beperkte bewegingsvrijheid van jonge migrantwerknemers in de kledingindustrie in de Indiase stad Bangalore. Een groeiend aantal jonge migrantarbeidsters verblijft in hostels die onderdeel zijn van de fabrieken en worden daar ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid. Daarbij zijn hun inkomsten niet genoeg voor een fatsoenlijk leefbaar loon.
De hostels worden gerund door kledingfabrieken in Bangalore die produceren voor toonaangevende multinationale kledingmerken als C&A, H&M, Inditex (‘Zara’), GAP en PVH (‘Tommy Hilfiger’).

2015

november 2015
Soiled Seeds
Bijna 156.000 Indiase kinderen werken mee aan de productie van groentezaden van tomaten, hete peper en okra. Circa 50.000 zijn jonger dan 14 jaar. De grote meerderheid van hen zijn Dalits, lage kasten of Adivasi (tribalen). Ze worden blootgesteld aan slechte arbeidsomstandigheden, waaronder giftige pesticiden en lange werkdagen. Ze verlaten meestal de school als ze tussen de 11 en 13 jaar zijn. Het aantal tieners van 14 tot 18 in de groenteteelt nam sinds 2010 met meer dan 37.000 toe.
Bij boeren die voor multinationale ondernemingen werken als East-West Seed (Nederlands), Limagrain (Frans), Sakata (Japans) en Advanta (Indiaas) zijn 10 tot 16% van de kinderen onder de 14 jaar. Veel Indiase bedrijven laten soortgelijke cijfers zien. Bij boeren die aan zaadbedrijven leveren zijn ongeveer 30% van de arbeiders tieners.
Dit concludeert het nieuwe onderzoeksrapport Soiled Seeds – Child Labour and Underpayment of Women in Vegetable Seed Production in India van Dr. Davuluri Venkateswarlu, dé expert op dit onderwerp. Hij onderzocht de situatie in de deelstaten Maharashtra en Karnataka, waar 80% van de groentezaadteelt plaatsvindt.
juli 2015
Cotton’s Forgotten Children
Bijna een half miljoen Indiase kinderen – waaronder 200.000 jonger dan 14 jaar – werken in de katoenzaadteelt. Dit is een van de schokkende resultaten van het nieuwe rapport Cotton’s Forgotten Children van Dr. Davuluri Venkateswarlu, dé Indiase expert op dit gebied. Het aantal kinderen dat in de katoenzaadvelden werkt is sinds het vorige onderzoek uit 2010 met bijna 100.000 gestegen. Kinderen onder de 18 vormen ongeveer 60% van de arbeiders op de velden van de boeren die hun zaden aan zowel Indiase als multinationale ondernemingen leveren.
mei 2015
Rock Bottom
In Indiase steengroeves is massaal sprake van moderne slavernij. Ook kinderarbeid komt regelmatig voor. De meeste Nederlandse importeurs van Indiaas graniet geven niet aan uit welke groeves hun graniet komt of zeggen dat niet te weten. Dat blijkt uit het rapport Rock Bottom – Modern Slavery and Child Labour in South Indian Granite Quarries van de Landelijke India Werkgroep in samenwerking met de coalitie Stop Kinderarbeid naar de arbeidsomstandigheden bij de granietwinning in het zuiden van India.

2014

oktober 2014
Flawed Fabrics
Flawed Fabrics, een rapport van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW), toont aan dat uitbuiting en dwangarbeid nog steeds de dagelijkse realiteit is in de textielindustrie in Zuid-India. Meisjes en vrouwen werk­zaam in de textielfabrieken, worden gedwongen lange uren voor lage lonen te werken. Ze verblijven in slaapzalen en mogen het bedrijfsterrein bijna nooit verlaten. De onderzochte fabrieken leveren aan westerse merken waaronder C&A, Primark en Replay en aan Bengaalse kledingfabrieken. Nederlandse bedrijven zijn nog nauwelijks actief om deze misstanden aan te pakken.
juni 2014
The Price of Less Child Labour and Higher Wages
De LIW-publicatie The Price of Less Child Labour and Higher Wages laat zien dat verhoging van de prijs die grote zaadbedrijven in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh aan boeren betalen om katoenzaad te verbouwen, de afgelopen jaren tot veel hogere lonen en minder kinderarbeid heeft geleid.
Tussen 2010 en 2013 betaalden de bedrijven bijna 50% meer aan de katoenzaadboeren en stegen de lonen van de landarbeiders met ruim 85%. Over de periode 2004-2013 stegen de lonen met ruim 300% en was de inflatie 100%. De lonen waren in 2003 echter zo laag dat ondanks de forse loonstijging het loon (nu circa €1,65) nog steeds ruim 40% onder het officiële minimumloon ligt.
mei 2014
Dalit-vrouwen Rechteloos
De honderd miljoen kasteloze (ofwel Dalit-)vrouwen in India zijn als groep wellicht het slechtst af van alle vrouwen op de wereld. Dagelijks fungeren zij als menselijk doelwit: seksueel geweld, vernedering, discriminatie, uitbuiting, mishandeling, verkrachting en zelfs moord. Dalit-vrouwen hebben slechts beperkt toegang tot water, voedsel, onderwijs en gezondheidszorg en worden gedwongen tot mensonterend werk. Ook in de kleding­industrie moeten Dalit-meisjes en -vrouwen het zwaar ontgelden. De arbeidsomstandigheden in de Zuid-Indiase kledingfabrieken, waar ook Nederlandse bedrijven zaken mee doen, zijn schokkend. De arbeidsters, in het bijzonder de Dalit-meisjes, zijn ‘moderne slaven’ en worden vaak geconfronteerd met seksuele intimidatie.
De brochure Dalit-vrouwen Rechteloos gaat over wat het betekent om een Dalit-vrouw te zijn: veelvuldig het slachtoffer van seksueel en ander geweld, vernedering, discriminatie, uitbuiting en zelfs moord. Het Indiase Forum voor de Rechten van Dalit-Vrouwen en andere vrouwenorganisaties komen voor hen op.
maart 2014
Small Steps, Big Challenges
De meeste Nederlandse en internationale bedrijven die kleding uit de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu importeren, weigeren inzicht te geven in wat zij doen om ‘gebonden arbeid’ bij hun leveranciers te bestrijden. Naar schatting ruim 100.000 jonge kinderen en tienermeisjes zijn het slachtoffer van ‘gebonden arbeid’ ofwel ‘moderne slavernij’. Deze meisjes – meestal ‘kasteloos’ (Dalit) – wonen in hostels, hebben nauwelijks bewegingsvrijheid, worden onderbetaald voor lange werkdagen en werken onder ongezonde arbeidsomstandigheden.
Dat blijkt uit het paper Small Steps, Big Challenges – Update on (tackling) exploitation of girls and young women in the garment supply chain of South India van FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep. Het rapport bespreekt de huidige situatie in Tamil Nadu, de beperkte verbeteringen na eerdere rapporten en acties alsook de reacties van 21 Nederlandse en internationale kledingmerken op de vraag wat zij doen tegen de misstanden. Ook wordt ingegaan op activiteiten van diverse gezamenlijke initiatieven van bedrijven en andere organisaties.

2013

juni 2013
A Tale of Two Companies: The difference between action and inaction in combating child labour
Het Indiase bedrijf Bejo Sheetal, een partnerbedrijf van Bejo Zaden uit het Noord-Hollandse Warmenhuizen, tolereert op grote schaal kinderarbeid bij de boeren die aan haar leveren. De boeren die aan Nunhems India – deel van Nunhems in Limburg – zaden leveren werken bijna zonder gebruik te maken van arbeid van kinderen onder de 14. Dat blijkt uit het rapport A Tale of Two Companies van de Landelijke India Werkgroep (LIW) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’.
Het Nederlandse groentezaadbedrijf Bejo Zaden is als joint venture partner van Bejo Sheetal mede verantwoordelijk voor de omvangrijke kinderarbeid op de velden in India. Een steekproef bij 30 boeren die aan Bejo Sheetal leveren laat zien dat 18% van de arbeiders die peperzaden verbouwen, kinderen onder de 14 zijn. Dit is 12% bij de teelt van tomatenzaad. De omvangrijke kinderarbeid bleek ook uit het rapport Growing up in the danger fields (2010) van de Landelijke India Werkgroep. De huidige situatie is echter nauwelijks verbeterd.
Dit rapport bevat tevens een reprint van No Child Labour – Better Wages: Impact of elimination of child labour on wages and working conditions of adult labour (eerder gepubliceerd in nov 2010).
maart 2013
Time for Transparency: The case of the Tamil Nadu textile and garment industry
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) deden in de afgelopen jaren onderzoek naar misstanden bij textiel- en kledingproductie in de deelstaat Tamil Nadu (India). Het bleek een complexe legpuzzel om de juiste verbanden te kunnen leggen tussen de onderzochte fabrikanten en hun afnemers. Lokale fabrieken, bekende kledingmerken en retailers maken slechts mondjesmaat bekend met wie zij zakendoen. Waar kledingmerken hun producten laten maken is niet eenvoudig te achterhalen. Terwijl volgens internationale richtlijnen bedrijven hun keten in kaart moeten brengen en die informatie toegankelijk moeten maken voor belanghebbenden, doen de meeste bedrijven dit niet. In de notitie Time for Transparency zetten SOMO en de Landelijke India Werkgroep (LIW) uiteen waarom de kledingindustrie transparanter moet worden en wordt informatie onthuld die normaal verborgen blijft voor consumenten en belanghebbenden.

2012

december 2012
Wages of Inequality – Wage Discrimination and Underpayment in Hybrid Seed Production in India
Dit rapport is gebaseerd op een veldonderzoek van Dr. Davuluri Venkateswarlu en Mr. Jacob Kalle naar de lonen van arbeiders – vrouwen, mannen en kinderen – in de teelt van katoen- en groentezaden in vier Indiase deelstaten. Zij werken bij boeren die zaden verbouwen voor zowel Indiase als multinationale bedrijven. Bij de laatste gaat het onder meer om Monsanto, Syngenta, Dupont, US Agri, East-West Seeds, Bayer (en haar Nederlandse dochter Nunhems) en Bejo Sheetal, waarin het Nederlandse Bejo Zaden een minderheidsbelang heeft. Deze bedrijven zijn ook actief op de Nederlandse markt, hoewel niet met zaden die in India zijn geteeld.
juli 2012
Bonded (child) labour in the South Indian Garment Industry: An Update of Debate and Action on the ‘Sumangali Scheme’
In a year time, the Centre for Research on Multinational Corporations (SOMO) and the India Committee of the Netherlands (ICN) have published two major reports documenting the exploitation of Dalit girls in the South Indian garment industry that produces for European and US markets.
This update zooms in on on-going abuses in the Tamil Nadu garment industry, as well as on the debate and actions to tackle the `Sumangali Scheme´, that is fuelled by the findings and recommendations of the SOMO and ICN reports.
In May 2011, SOMO and ICN published Captured by Cotton. This report evoked considerable company responses and promises for improving the documented labour rights violations. Almost a year later Maid in India was issued, in which SOMO and ICN together with local human rights groups continue to monitor the commitments of brands, trade associations and CSR initiatives to take concrete action.
april 2012
Maid in India – Young Dalit Women Continue to Suffer Exploitative Conditions in India’s Garment Industry
Europese en Amerikaanse kledingbedrijven zijn er tot nu toe niet in geslaagd de arbeidsomstandigheden bij hun toeleveranciers in Tamil Nadu, Zuid-India, structureel te verbeteren. Ondanks mooie beloften en een aantal goedbedoelde initiatieven zijn de arbeidsomstandigheden in de Zuid-Indiase kledingindustrie nog steeds zeer slecht. Tot op de dag van vandaag werken duizenden vrouwen en meisjes onder omstandigheden die niet anders kunnen worden aangeduid dan als gebonden arbeid. Dit stellen SOMO en LIW in hun rapport Maid in India, gepubliceerd op 25 april 2012.
maart 2012
Still ‘Captured by Cotton’? – Update on exploitation of women workers in the garment industry in Tamil Nadu, South India
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en Landelijke India Werkgroep (LIW) presenteren een voorproefje van een nieuw rapport over misstanden in de Zuid-Indiase kledingindustrie dat in april uitkomt. Dit voorproefje wordt gepubliceerd naar aanleiding van een bijeenkomst van de Sumangali Bonded Labour groep van het Engelse Ethical Trade Initiative (ETI). SOMO en LIW roepen kledingmerken op om hun verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers worden gerespecteerd in de gehele productieketen.
In mei 2011 publiceerden SOMO en LIW het rapport Captured by Cotton – Exploited Dalit girls produce garments in India for European and US markets. Dit rapport bevatte verontrustend bewijsmateriaal en onthulde dat meisjes uit de Dalit- en lagere kastegroepen onder erbarmelijke werkomstandigheden producten maken voor grote kledingmerken in Tamil Nadu in Zuid-India.
Een vervolgrapport van SOMO en LIW verschijnt in april 2012. Er is nieuw veldonderzoek gedaan, inclusief interviews met bijna 200 vrouwelijke werknemers. Het nieuwe rapport belicht de actuele situatie bij de vier kledingfabrikanten die eerder onderzocht zijn. Na het eerste rapport hebben SOMO en LIW in kaart gebracht wat deze fabrikanten aan maatregelen hebben beloofd om misstanden op de werkvloer tegen te gaan, welke maatregelen daadwerkelijk zijn gerealiseerd en wat het effect daarvan is.

2011

oktober 2011
Certified Unilever Tea – Small Cup, Big Difference?
Arbeiders die thee plukken voor Unilever in India en Kenia hebben te kampen met problematische arbeidsomstandigheden en arbeidsrechtenschendingen, ook als deze thee het duurzaamheidscertificaat Rainforest Alliance draagt. Dat is een belangrijke bevinding uit het rapport Certified Unilever Tea – Small cup, big difference? van SOMO en LIW.
Theeplukkers op Unilever’s eigen plantage in Kenia hebben last van corruptie en seksuele intimidatie door chanterende werkopzichters, discriminatie en slechte huisvesting. Ook beklaagden velen zich erover dat ze geen zicht hadden op een vast contract met bijbehorende betere arbeidsvoorwaarden. Het bedrijf ontloopt vaste dienstverbanden door werknemers voor een periode van minimaal een maand te ontslaan waarna ze weer aangenomen worden.
mei 2011
Captured by Cotton – Exploited Dalit girls produce garments in India for European and US markets
Europese en Amerikaanse bedrijven laten kleding maken in Tamil Nadu (India) door meisjes onder erbarmelijke omstandigheden. Er is sprake van misbruik en valse beloften. Het gaat veelal om Dalit–meisjes, jonger dan 18 jaar. De meisjes worden te werk gesteld via het ‘Sumangali Scheme’.
SOMO en de Landelijke India Werkgroep (LIW) zetten deze problematiek uiteen in het rapport Captured by Cotton. Het rapport besteedt speciale aandacht aan vier grote Indiase geïntegreerde producenten: Eastman, SSM India, Bannari Amman en KPR Mill. Zij leveren aan o.a. Bestseller (o.a. Only, Jack & Jones), C&A, Diesel, GAP, Marks & Spencer, Primark, Tommy Hilfiger en Inditex (o.a. Zara). Een aantal bedrijven zet zich in voor verbeteringen, maar uitbuiting komt desondanks nog veelvuldig voor.

2010

juni 2010
Seeds of Child Labour – Signs of Hope: Child and Adult Labour in Cottonseed Production in India
Meer dan een half miljoen kinderen (533.869) onder de 18 jaar werken in India in de teelt van zaden, ook voor Nederlandse groentezaadbedrijven als Advanta en Bejo Zaden. Circa 230.000 kinderen zijn nog onder de 14 jaar. De kinderen werken 10 tot 12 uur per dag en worden blootgesteld aan giftige pesticiden. Grote multinationals en Indiase zaadbedrijven hebben hun zaadproductie via agenten uitbesteed aan vele kleine en marginale boeren.
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt onder de 14 jaar is nog steeds een heel groot probleem maar is door initiatieven van overheid, bedrijven en lokale organisaties met 25% afgenomen. Waar kinderarbeid goeddeels is uitgebannen, bijvoorbeeld door het werk van de lokale organisatie MV Foundation, zijn de lonen van de volwassenen vaak flink gestegen. Meestal wordt echter het officiële minimumloon – meestal bijna twee euro per dag – aan bijna niemand betaald. Vrouwen verdienen 50 tot 60% minder dan mannen, kinderen nog veel minder.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van twee nieuwe veldonderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), het Amerikaanse International Labor Rights Forum (ILRF) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’. Meer dan 90% van de totale Indiase katoen- en groentezaad productie is onderzocht in de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu voor katoenzaad (rapport Seeds of Child Labour – Signs of Hope) en Maharashtra, Gujarat en Karnataka voor tomaat-, peper-, okra- en auberginezaden (rapport Growing Up in the Danger Fields).
juni 2010
Growing Up in the Danger Fields: Child and Adult Labour in Vegetable Seed Production in India
Meer dan een half miljoen kinderen (533.869) onder de 18 jaar werken in India in de teelt van zaden, ook voor Nederlandse groentezaadbedrijven als Advanta en Bejo Zaden. Circa 230.000 kinderen zijn nog onder de 14 jaar. De kinderen werken 10 tot 12 uur per dag en worden blootgesteld aan giftige pesticiden. Grote multinationals en Indiase zaadbedrijven hebben hun zaadproductie via agenten uitbesteed aan vele kleine en marginale boeren.
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt onder de 14 jaar is nog steeds een heel groot probleem maar is door initiatieven van overheid, bedrijven en lokale organisaties met 25% afgenomen. Waar kinderarbeid goeddeels is uitgebannen, bijvoorbeeld door het werk van de lokale organisatie MV Foundation, zijn de lonen van de volwassenen vaak flink gestegen. Meestal wordt echter het officiële minimumloon – meestal bijna twee euro per dag – aan bijna niemand betaald. Vrouwen verdienen 50 tot 60% minder dan mannen, kinderen nog veel minder.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van twee nieuwe veldonderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), het Amerikaanse International Labor Rights Forum (ILRF) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’. Meer dan 90% van de totale Indiase katoen- en groentezaad productie is onderzocht in de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu voor katoenzaad (rapport Seeds of Child Labour – Signs of Hope) en Maharashtra, Gujarat en Karnataka voor tomaat-, peper-, okra- en auberginezaden (rapport Growing Up in the Danger Fields).

2007

september 2007
Seeds of Child Labour – Signs of Hope: Child and Adult Labour in Cottonseed Production in India
Meer dan een half miljoen kinderen (533.869) onder de 18 jaar werken in India in de teelt van zaden, ook voor Nederlandse groentezaadbedrijven als Advanta en Bejo Zaden. Circa 230.000 kinderen zijn nog onder de 14 jaar. De kinderen werken 10 tot 12 uur per dag en worden blootgesteld aan giftige pesticiden. Grote multinationals en Indiase zaadbedrijven hebben hun zaadproductie via agenten uitbesteed aan vele kleine en marginale boeren.
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt onder de 14 jaar is nog steeds een heel groot probleem maar is door initiatieven van overheid, bedrijven en lokale organisaties met 25% afgenomen. Waar kinderarbeid goeddeels is uitgebannen, bijvoorbeeld door het werk van de lokale organisatie MV Foundation, zijn de lonen van de volwassenen vaak flink gestegen. Meestal wordt echter het officiële minimumloon – meestal bijna twee euro per dag – aan bijna niemand betaald. Vrouwen verdienen 50 tot 60% minder dan mannen, kinderen nog veel minder.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van twee nieuwe veldonderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), het Amerikaanse International Labor Rights Forum (ILRF) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’. Meer dan 90% van de totale Indiase katoen- en groentezaad productie is onderzocht in de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu voor katoenzaad (rapport Seeds of Child Labour – Signs of Hope) en Maharashtra, Gujarat en Karnataka voor tomaat-, peper-, okra- en auberginezaden (rapport Growing Up in the Danger Fields).
juni 2007
Growing Up in the Danger Fields: Child and Adult Labour in Vegetable Seed Production in India
Meer dan een half miljoen kinderen (533.869) onder de 18 jaar werken in India in de teelt van zaden, ook voor Nederlandse groentezaadbedrijven als Advanta en Bejo Zaden. Circa 230.000 kinderen zijn nog onder de 14 jaar. De kinderen werken 10 tot 12 uur per dag en worden blootgesteld aan giftige pesticiden. Grote multinationals en Indiase zaadbedrijven hebben hun zaadproductie via agenten uitbesteed aan vele kleine en marginale boeren.
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt onder de 14 jaar is nog steeds een heel groot probleem maar is door initiatieven van overheid, bedrijven en lokale organisaties met 25% afgenomen. Waar kinderarbeid goeddeels is uitgebannen, bijvoorbeeld door het werk van de lokale organisatie MV Foundation, zijn de lonen van de volwassenen vaak flink gestegen. Meestal wordt echter het officiële minimumloon – meestal bijna twee euro per dag – aan bijna niemand betaald. Vrouwen verdienen 50 tot 60% minder dan mannen, kinderen nog veel minder.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van twee nieuwe veldonderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), het Amerikaanse International Labor Rights Forum (ILRF) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’. Meer dan 90% van de totale Indiase katoen- en groentezaad productie is onderzocht in de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu voor katoenzaad (rapport Seeds of Child Labour – Signs of Hope) en Maharashtra, Gujarat en Karnataka voor tomaat-, peper-, okra- en auberginezaden (rapport Growing Up in the Danger Fields).