PersberichtRapport

Omvangrijke kinderarbeid bij partner Bejo Zaden – Nunhems bijna kinderarbeidvrij

By 11 juli 2013 maart 15th, 2019 No Comments

Twee Nederlandse groentezaadbedrijven in India vergeleken

Persbericht LIW / Stop Kinderarbeid

Utrecht, 28 juni 2013 [update: 11 juli 2013]

Het Indiase bedrijf Bejo Sheetal, een partnerbedrijf van Bejo Zaden uit het Noord-Hollandse Warmenhuizen, tolereert op grote schaal kinderarbeid bij de boeren die aan haar leveren. De boeren die aan Nunhems India – deel van Nunhems in Limburg – zaden leveren werken bijna zonder gebruik te maken van arbeid van kinderen onder de 14.
Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde rapport A Tale of Two Companies van de Landelijke India Werkgroep (LIW) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’.

Bejo Zaden en Nunhems: met én zonder kinderarbeid
Het Nederlandse groentezaadbedrijf Bejo Zaden is als joint venture partner van Bejo Sheetal mede verantwoordelijk voor de omvangrijke kinderarbeid op de velden in India. Een steekproef bij 30 boeren die aan Bejo Sheetal leveren laat zien dat 18% van de arbeiders die peperzaden verbouwen, kinderen onder de 14 zijn. Dit is 12% bij de teelt van tomatenzaad. De omvangrijke kinderarbeid bleek ook uit het rapport Growing up in the danger fields (2010) van de Landelijke India Werkgroep. De huidige situatie is echter nauwelijks verbeterd.

Nunhems is al jaren geleden begonnen met het uitbannen van kinderarbeid, daartoe aangespoord door eerdere rapporten van de LIW over kinderarbeid in de Indiase zaadteelt. Een duidelijk uitgedragen beleid van ‘nultolerantie’ voor kinderarbeid, een controlesysteem met prikkels en sancties én bijdragen aan de schoolgang van kinderen, heeft het aantal jonge werkende kinderen teruggebracht tot circa 1% van de werknemers bij boeren die aan Nunhems leveren.

Beide bedrijven: gevaarlijke kinderarbeid tieners én onderbetaling vrouwen
Bij de boeren die aan Nunhems India én Bejo Sheetal leveren zijn ook bijna 30% van alle arbeiders kinderen tussen de 15 en 18 jaar. Gevaarlijke kinderarbeid boven de 14 jaar wordt in India binnenkort verboden. Gevaarlijk is dit werk zeker. Kinderen werken lange dagen en worden vaak onbeschermd blootgesteld aan gevaarlijke pesticides. De meeste kinderen verlaten op jonge leeftijd hun school.

Nunhems en Bejo Sheetal hebben ook een ander groot probleem. Zo verdienen vrouwen en meisjes – ruim 80% van de werknemers – vaak minder dan het officiële minimumloon. Dit loon is voor dagloners in de deelstaat Karnataka ruim €2,00, maar vrouwen verdienen meestal niet meer dan €1,36 tot €1,75. Voor ‘mannentaken’ zoals het sproeien van pesticides en ploegen wordt 40-70% meer betaald dan voor ‘vrouwentaken’ als wieden en kruisbestuiving van de zaadplanten.

Nunhems India en Bejo Sheetal zijn belangrijke bedrijven op de Indiase zaadmarkt. Zij behoren bij de top 10 groentezaadbedrijven van India en hebben samen een aandeel van 20% in de markt van peper en tomatenzaden. De productie vindt vooral plaats in de zuidelijke Indiase deelstaat Karnataka.

Bejo Zaden en Nunhems reageren positief
Zowel Nunhems als Bejo Zaden hebben de Landelijke India Werkgroep laten weten dat ze werk gaan maken van het verminderen van de loonverschillen en de betaling van vrouwen onder het minimumloon. In zijn reactie in Trouw van 29 juni 2013 zegt directeur John-Pieter Schipper van Bejo Zaden: “Wij voelen ons zeer aangesproken, net als drie jaar geleden. Wij hebben toen direct in contracten laten opnemen dat we kinderarbeid en onderbetaling niet toestaan.” Trouw tekent verder uit zijn mond op dat eerdere maatregelen blijkbaar onvoldoende hebben geholpen en dat hij, nadat de LIW hem van de nieuwe onderzoeksresultaten op de hoogte stelde, Bejo Sheetal heeft geïnformeerd dat hij alle zaken zou opschorten tot ze hun zaken op orde hebben. Bejo Sheetal betaalt voortaan een bonus aan Indiase telers die kunnen aantonen dat ze geen kinderen in dienst hebben en die volgens de regels betalen, laat Schipper aan Trouw weten.

Arbeiders vooral Dalit-vrouwen en -meisjes
Voor de helft zijn de werknemers Dalits (‘kastelozen’) en Adivasi (‘tribalen’) en voor de rest mensen uit de laagste kasten, net boven de Dalits. Vooral Dalits worden vaak ‘anders behandeld’, volgens het rapport. Het rapport Wages of Inequality uit 2012 licht dat toe: Dalits worden nogal eens uitgescholden en vernederd. Verder zijn de arbeiders die niet als los arbeider maar het hele jaar bij een boer werken bijna allemaal Dalits. Zij staan ‘onbeperkt ter beschikking’ van de boer en werken meestal zo’n 12 uur per dag. Hun ‘overwerk’ wordt niet betaald. Overigens is maar een minderheid van de kinderen gezinslid van de boer. De meerderheid (78%) van de kinderen wordt ‘ingehuurd’.

Kinderarbeid in Indiase groentezaadteelt: meer dan 150.000 kinderen
Uit het in 2010 gepubliceerde onderzoek Growing Up in the Danger Fields bleek dat ruim 150.000 kinderen, waarvan bijna 60.000 onder de 14 jaar, betrokken zijn bij de productie van groentezaden in drie deelstaten (Karnataka, Maharashtra en Gujarat). Zowel bij boeren die peperzaden aan Nunhems India als aan Bejo Sheetal leverden waren destijds resp. 24,3% en 12,5% van de arbeiders jonger dan 14 jaar. Over de hele linie is het aantal kinderen in de groentezaadsector volgens het onderzoek A Tale of Two companies circa een kwart gedaald. Maar bij bedrijven als Nunhems en ook het Amerikaanse Syngenta is het veel sterker gedaald, evenals in gebieden waar maatschappelijke organisaties en de overheid actief zijn geweest. Bejo Zaden moet nu de ‘inhaalslag’ maken.

HERDRUK rapport No Child Labour – Better Wages

In november 2010 publiceerden de Landelijke India Werkgroep en FNV Mondiaal het rapport No Child labour – Better Wages. Het rapport – dat nu opnieuw wordt uitgegeven samen met het rapport A Tale of Two Companies – kwam op basis van veldonderzoek in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh tot de conclusie dat het uitbannen van kinderarbeid tot een opmerkelijke verhoging van de lonen van de volwassen landarbeiders leidde.
In twee dorpen leidde de uitbanning van kinderarbeid tussen 2005 en 2009 tot een loonstijging voor katoenarbeiders van ruim 150%. In de dorpen waar kinderarbeid bleef bestaan was de loonstijging ruim 50%. Omdat kinderarbeid werd uitgebannen werd arbeid relatief schaars en kregen volwassenen meer mogelijkheden over hun loon en hun arbeidsomstandigheden te onderhandelen. Zo hoeven ze over leningen die ze aangaan geen rente meer te betalen.