NieuwsPersberichtRapport

‘Onvrij en onrechtvaardig’: jonge migrantarbeiders in de kledingindustrie van Bangalore, India

By 28 januari 2016 maart 11th, 2019 No Comments

C&A, H&M, Inditex (‘Zara’), GAP en PVH (‘Tommy Hilfiger’) beloven verbetering

Persbericht LIW

28 januari 2016 (update: 5 februari 2016)

Het artikel Unfree and Unfair (“Onvrij en Onrechtvaardig”) – dat vandaag wordt gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW) – toont de slechte levensomstandigheden en beperkte bewegingsvrijheid van jonge migrantwerknemers in de kledingindustrie in de Indiase stad Bangalore. Een groeiend aantal jonge migrantarbeidsters verblijft in hostels die onderdeel zijn van de fabrieken en worden daar ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid. Daarbij zijn hun inkomsten niet genoeg voor een fatsoenlijk leefbaar loon. De hostels worden gerund door kledingfabrieken in Bangalore die produceren voor toonaangevende multinationale kledingmerken als C&A, H&M, Inditex (‘Zara’), GAP en PVH (‘Tommy Hilfiger’). In reactie op het concept-artikel deze bedrijven een aantal specifieke acties te ondernemen om de levensomstandigheden van de migrantarbeidsters in de kledingindustrie van Bangalore te verbeteren.

Het artikel licht de omstandigheden toe voor migrantarbeiders in vier kledingfabrieken – K Mohan, Texport Industries, Arvind en Shahi Exports – gevestigd in Bangalore, het belangrijkste centrum voor de kledingindustrie in Zuid-India. Arvind Ltd. Exports produceert kleding voor H&M en Shahi Exports is een vaste leverancier van C&A. Het onderzoek is gebaseerd op deskresearch en 110 interviews met werknemers, aangevuld met gesprekken met arbeiders uit andere fabrieken en interviews met leden van de Garment Labour Union(GLU) in Bangalore.

‘Niets is goed’
“Niets is hier goed. Maar we blijven hier omdat we moeten leven en dit de enige manier is,” zegt een werknemer bij Arvind over de omstandigheden in de fabriekshostels voor migrantarbeiders. De vrouwelijke werknemers mogen het hostel slechts eens per week verlaten, meestal twee uurtjes op zondag. Ze kunnen het hostel alleen uit als ze zich hebben geregistreerd bij de bewaker, die, zoals sommigen vermoeden, “ervoor moet zorgen dat we niet naar onze dorpen vertrekken nadat we ons salaris hebben gekregen.” De arbeiders klagen ook dat ze geen verlof mogen opnemen.

Over het algemeen zijn ze ontevreden over de beschikbare faciliteiten en het gebrek aan recreatievoorzieningen. Het ontbreekt alle fabrieks-gerunde hostels aan basisvoorzieningen, zoals behoorlijke meubels, kasten, bedden en matrassen. In de meeste gevallen wordt een bepaald bedrag op het salaris van de werknemers ingehouden voor accommodatie, elektriciteit en water. Werknemers die in het hostel van Arvind verblijven meldden dat kookfaciliteiten ontbreken, dat het hostel niet schoon is en de watertoevoer onregelmatig. Omdat migrantarbeiders de lokale taal niet spreken zijn ze extra kwetsbaar voor uitbuiting. Zo heeft de K Mohan fabriek aparte hostels voor arbeidsmigranten uit Noord-India, waar de arbeidsmigranten ongeveer € 27 voor voedsel en huisvesting betalen, terwijl lokale werknemers ongeveer € 19 per maand wordt gevraagd voor dezelfde voorzieningen.

Gemiddeld ontvangen de kledingarbeiders tussen de € 95 en € 115 per maand, net iets boven het officiële minimumloon dat met ingang van 1 april 2015 vastgesteld staat op € 93 tot € 103. Deze inkomsten betekenen echter nog geen fatsoenlijk leefbaar loon.

‘Regelmatig uitgescholden’
Sommige arbeiders zeggen dat ze regelmatig door hun bazen worden uitgescholden, maar de meeste werknemers zijn bang om te praten over mogelijk misbruik waar zij mee worden geconfronteerd. De lokale vakbonden hebben geen toegang tot de migrantarbeiders, vanwege de hostelbewakers en de beperkte bewegingsvrijheid. Omdat de taalbarrière communicatie naar buiten verhindert kunnen migrantarbeidsters nergens effectief met hun klachten terecht.

Reacties van de kledingmerken

Alle kledingmerken waarvan bekend is dat ze inkopen bij kledingfabrieken in Bangalore hebben gereageerd op de bevindingen van dit onderzoek en verklaard serieus actie te ondernemen.C&A, H&M en Inditex hhebben aangekondigd om samen te werken voor aan gecoördineerde en gezamenlijke aanpak om de levensomstandigheden van de migrantarbeiders in de kledingindustrie te verbeteren. Ze willen de vrijheid van vakbonden waarborgen, in samenwerking met de lokale vakbonden Garment Labour Union (GLU) en Garment and Textile Workers Union (GATWU). Ze willen arbeidsmigranten ook mondiger maken via training en een klachtensysteem, met de hulp van de lokale NGO Gram Tarang. Ze hebben toegezegd de regelgeving m.b.t. het verlaten van de hostels te herzien, en met deskundigen uit het bedrijfsleven, andere kledingmerken en andere betrokkenen om de tafel te gaan zitten voor een uitgebreid programma voor de hele sector om internationale normen uit te voeren op het gebied van werving, huisvesting, klachtenafhandeling, opleiding en ontwikkeling van arbeidsmigranten.

Individueel zal C&A de omstandigheden bij Shahi Exports verder onderzoeken en zal H&M de naleving van door multi-stakeholders ontwikkelde richtlijnen voor slaapzalen in hostels binnen de toeleveringsketen van H&M toepassen en verstevigen. Inditex gaat binnen hun hele toeleveringsketen in India een project uitvoeren, gericht op betere hostelfaciliteiten, het opzetten van een klachtenmechanisme en training en begeleiding van migrantarbeiders en het informeren van fabrieksbestuur en -staf.

PVH reageerde met de mededeling dat ze de genoemde leveranciers hebben gevraagd om een verslag van de omstandigheden in de hostels en dat ze richtlijnen ontwikkelen die bedoeld zijn om de problemen die in het LIW-artikel Unfree and Unfair genoemd zijn aan te pakken.

Ten gevolge van miscommunicatie, is de reactie van GAP ontvangen na de publicatie van het Unfree and Unfair artikel. In hun uitvoerige reactie geeft GAP aan dat, naast inspanningen met de individuele verkopers, ze ook nauw samenwerken met ETI en andere kledingmerken om bij te dragen aan een multi-stakeholder forum – van de industrie, kledingmerken, lokale vakbonden en andere maatschappelijke organisaties – waar gewerkt wordt aan een effectieve aanpak en duurzame oplossingen voor de problemen in Bangalore.

Over een jaar of eerder verwachten we van bedrijven te horen hoe de door hen geplande maatregelen zijn uitgevoerd en welke resultaten er zijn bereikt.